Categoriearchief: Gebeurtenis

Wouter de Wild – Hugo Wapperom,”De Spinvlieg”, vertelt openhartig aan Bert Kremer over zijn oorlogsboek

LAREN – Een bijzondere ontmoeting tussen cameraman Bert Kremer en schrijver Hugo Wapperom in het Bonte Paard te Laren.
Diverse professionals in de filmwereld zijn van mening dat het in de geschiedkunde gegronde persoonlijke verhaal van de roman De spinvlieg van Hugo zich voor een grote speelfilm of een TV dramaserie leent. Een recensent, vertelt Hugo, begon een paar dagen terug zijn artikel over mijn boek als volgt: ‘Hoe is het mogelijk? Op de dag dat onze vorstin bekend maakt tot abdicatie over te gaan en in dat verband ook het portret van onze oude vorstin Wilhelmina weer in de kranten verschijnt, schrijf ik over het boek van Hugo Wapperom, de zoon van een verzetsstrijder. 

Deze complexe roman schetst de belevenissen van de verzetsman Piet Wapperom in de jaren tijdens en direct na de Tweede Wereldoorlog. 

Dit boek geeft ook een genadeloos verslag van de machinaties van de vooroorlogse politieke en ambtelijke elite inclusief onze oude vorstin Wilhelmina en haar “kleurrijke” schoonzoon Bernard om na de oorlog een autoritair bewind te vestigen, waarbij de bevolking geen inspraak zou krijgen.’

Opvallend hierbij is vooral dat diverse van deze hoge figuren, die tijdens de bezetting buitengewoon dubieuze rollen vervulden in de naoorlogse jaren gewoon aan de touwtjes van de politieke, ambtelijke en rechterlijke macht bleven trekken.’

Bert, die het boek las, vertelt mij ook over een poging Hugo’s vader te liquideren in de Vreeswijkstraat in Den Haag, waar Bert ooit woonde. Een liquidatiepoging door andere verzetsmensen vanuit het huis van de buurman van Bert. Ik raak behoorlijk onder de indruk van het verhaal. Hugo vertelt verder over de aandacht die het boek kreeg en wat er mogelijk verder mee gaat gebeuren. Bert geeft Hugo tips, ze omvatten veel details die erg bijzonder zijn.

Roman De Spinvlieg

Stel, de nazi’s (ze heten nu anders) komen weer het land binnen. De nazi’s die in dit land wonen sluiten zich ook nu weer bij hen aan. Je woont in het Regentessekwartier en gaat in het verzet. Na verloop van tijd geef je leiding aan een sabotagegroep en je geeft mede leiding aan het landelijk verzet. De nazi pakt je op en je komt terecht in de dodencel. Desondanks breng je het er levend van af. Sterker nog, de nazi laat je na een aantal maanden weer vrij. Dat gebeurt niet met de mensen uit jouw sabotagegroep die ook zijn opgepakt. Twee jaar later is de oorlog voorbij, de nazi’s zijn het land ‘uitgeschopt’. Wat zou er met je kunnen gebeuren nadat je als vrij man de dodencel hebt verlaten?

De beantwoording van die vraag, alles wat er toe heeft geleid dat je in de dodencel terechtkwam, en wat er na de vrijlating en na afloop van de oorlog met je zou kunnen gebeuren, is de leidraad van de zoektocht van de schrijver van de roman De spinvlieg. Zijn verhaal is op de werkelijkheid gebaseerd. Het echte verhaal speelt zich af in de Tweede Wereld Oorlog: een roman met lovende recensies (www.spinvlieg.nl/recensies/).

Een ongelofelijk verhaal over de hoofdpersonen Henk en zijn vrouw dat zich voltrekt tegen de achtergrond van intriges, waarin bekende historische figuren hun geheime agenda najagen. Meestal vanuit een strategische positie binnen de staat, maar ook binnen de politieke partij, het gerechtelijk instituut en de politieke politie. Onder hen ministers, ministers-presidenten, prins Bernhard en koningin Wilhelmina.
De roman gaat over de zintuigen, de gevoeligheden en het denken van zowel de mens als de maatschappij.

Hugo Wapperom, hij woont in het Regentessekwartier, heeft met De spinvlieg de mooiste roman willen schrijven die ooit in en over Nederland is geschreven.

Naar aanleiding van een ritueel op het Binnenhof in 191

In haar speech – juni 2017 – bij de benoeming van een kamertje op het Binnenhof naar misschien wel de belangrijkste verzetsman van het land, Gerrit Kastein – met liquidaties op zijn naam – omschreef Tweede Kamer voorzitter Khadija Arib Piet Wapperom als zijn kameraad. Daar sprong Kastein, tijdens een verhoor, door het glas van het raam de dood tegemoet In 1943.

Aan de andere kant van de deur van die kamer zat, vastgebonden aan een stoel, de Dordtenaar Piet Wapperom te wachten op zijn verhoor.

Een kamer die nu – van een plaquette voorzien – de Kasteinkamer is geworden. Nadat er lange tijd daarvoor, ook in Den Haag, naar Gerrit Kastein een straat werd vernoemd.

Over de daaraan een maand eerder voorafgaand dodenherdenking schreef ik:

‘Verwekt werd ik nadat mijn pa met zijn medestrijders zat opgesloten in de dodencel.’

Mijn pa – ooit voetballer van Fluks – gaf leiding aan de Haagse sabotagegroep. In 1943 gaf hij als rechterhand van Gerben Wagenaar – na de oorlog samenwerkend met prins Bernhard en fractievoorzitter van de CPN – mede leiding aan het landelijk verzet.

Tijdens de oorlog namen de communisten meer dan vijftig procent van de verzetsdaden in dit land voor hun rekening.

In De spinvlieg staat over Gerrit Kastein en Piet Wapperom (Henk is de verzetsnaam van Piet Wapperom) ondermeer deze tekst: Op de polikliniek van de Volharding heeft deze psychiater zijn praktijk, flitst het door Henks hoofd.

‘Ik haalde in 1941 sabotagegeld bij je op’, zegt hij als ze elkaars hand stevig beetpakken. Ze lopen richting restauratie. Hij vocht in de Spaanse burgeroorlog, herinnert Henk zich, een echte idealist, een felle. Strijd om recht.

Gerrit, vierendertig jaar, bestelt vanuit zijn stoel twee koffie. De stilte nestelt zich tussen hen, het denken neemt zijn natuurlijke loop. Gerrits herinneringen verdiepen zich, met meer nadruk neemt hij Henk in zich op.

‘Ik wil dat op hetzelfde moment,’ zijn woorden klinken nadrukkelijk, ‘in één nacht, in de grote steden van het land de arbeidsbureaus in de fik gaan. De uitzending van arbeiders, van slaven naar Duitsland, georganiseerd door die NSB’ers, dat is niet te verdragen, we moeten dat saboteren. We laten de zon schijnen, ’s nachts, als we het écht willen, dan is het mogelijk om de hemel bloedrood te kleuren’, zegt hij, ter zake komend. ‘Het moet, het gaat ons lukken, Henk, denk je niet?

Het moet afgelopen zijn met de Arbeitseinsatz!’ Zonder op een reactie te wachten gaat Gerrit verder: ‘Nederlandse arbeiders in Duitse oorlogsfabrieken. Saboteren! Henk. Zeg eerlijk, wat moeten we anders?’

Henk reageert niet, schijnbaar gedachteloos roert hij in het donkerbruine vocht. Kort na elkaar neemt hij twee slokken van het lauwe goedje, kijkt Gerrit aan en zegt dan zonder hapering in zijn stem: ‘Ik neem Den Haag, Rotterdam en Delft voor mijn rekening. In enkele andere steden zal ik poolshoogte nemen.’

Ook dit maakt deel uit van De spinvlieg.

De geschiedkundige Frank Kortweg schreef aan mij als schrijver over de Dordtenaar Pieter Geyl, de belangrijkste geschiedkundige van die tijd, die na de oorlog nauw inhoudelijk contact onderhield met Piet Wapperom:

Beste Hugo,

Je vertelde dat mijn in 1966 overleden collega, de geschiedkundige professor Pieter Geyl, die zich na de oorlog aansloot bij de partij van de sociaaldemocraten, brieven schreef over de kwestie van jouwvader, ten gunste van hem. In die tijd werkte hij aan een van zijn belangrijkste wetenschappelijke stellingen: de geschiedopvatting stammende uit de romantische denkwereld bezit blijvende waarde. Wat hem niet aansprak is de opvatting dat wat zich afspeelt binnen het samenleven in één systeem gevangen kan worden. Het is, ik denk dat hij daarop doelt, de eenzijdige gedachte van bijvoorbeeld fascisten, moslims, communisten en christenen, waarvan de religieuzen hun systeem het meest vergaand omschreven. Ik bewonder het werk dat hij naliet, zijn wetenschappelijke werk maar ook zijn essayistisch proza. Het is mooi dat hij toch nog, in 1958, voor beide categorieën de P.C. Hooftprijs in ontvangst mocht nemen. Hij inspireert me om tijdens mijn geschrijf mijn prozaïsche invallen niet te onderdrukken. Mocht je meer bijzonderheden over Geyl in de jaren van de oorlog weten, dan verneem ik deze graag.

Ook dit maakt deel uit van De spinvlieg, het heeft betrekking op Hugo de jongere broer van Piet Wapperom.

In de eerste oorlogsjaren golven arrestaties door ons land: tot aan juni 1942 worden vijfhonderd communistische verzetsmensen en achthonderd tot duizend verspreiders van De Waarheid en De Vonk gearresteerd.

Over mijn pa die dieper het verzet in gaat schrijf ik:

“In gedachten trotseert hij het gevaar, de diep in hem liggende boosheid stuwt hem verder naar voren, maakt in hem de aanval los, de sabotage; het daarvoor uit de weg gaan, gaat hij uit de weg. ‘Gezag, welk gezag? Het gezag ben ik. Voor mijn eigen kring kom ik in beweging, dat is het, meer niet.’ Op die manier, denkend aan zijn kleine broer, neemt hij de volgende stap door te kiezen voor de bijna zwaarste vorm van verzet. Denkend aan zijn broer, die de maximale tijd in Groß-Rosen verbleef, daar, in en rond de steengroeve, waar de bewoner om zijn honger te stillen het beetje overgebleven vet van de dode sneed.”