Aad van Schie – Literaire Sporen – De Spinvlieg door Hugo Wapperom

Hoe is het mogelijk? Op de dag dat onze vorstin bekend maakt tot abdicatie over te gaan en in dat verband ook het portret van onze oude vorstin Wilhelmina weer in de kranten verschijnt, begin ik mijn artikel in deze reeks over De spinvlieg, een roman van de hand van Hugo Wapperom, de zoon van een communistische verzetsstrijder woonachtig in de Galileistraat.

Hoe is het mogelijk? Op de dag dat onze vorstin bekend maakt tot abdicatie over te gaan en in dat verband ook het portret van onze oude vorstin Wilhelmina weer in de kranten verschijnt, begin ik mijn artikel in deze reeks over De spinvlieg, een roman van de hand van Hugo Wapperom, de zoon van een communistische verzetsstrijder woonachtig in de Galileistraat.

Deze complexe roman schetst de belevenissen van de verzetsman Piet Wapperom in de jaren tijdens en direct na de Tweede Wereldoorlog. Dit boek geeft ook een genadeloos verslag van de machinaties van de vooroorlogse politieke en ambtelijke elite inclusief onze oude vorstin Wilhelmina en haar ‘kleurrijke’ schoonzoon Bernard om na de oorlog een autoritair bewind te vestigen, waarbij de bevolking geen inspraak zou krijgen.

Opvallend hierbij is vooral dat diverse van deze hoge figuren, die tijdens de bezetting buitengewoon dubieuze rollen vervulden in de naoorlogse jaren gewoon aan de touwtjes van de politieke, ambtelijke en rechterlijke macht bleven trekken. De leiding van de Communistische partij Nederland blies hierbij overigens ten gunste van haar eigen positie in het politiek landschap van de jaren na de oorlog haar partijtje danig mee. Piet Wapperom die in de oorlog betrokken was bij diverse communistische verzetsacties in Den Haag kwam door deze politieke spelletjes in een benarde positie terecht: hij werd opgesloten in Concentratiekamp Duindorp en later in de Cellenbarakken van Scheveningen alvorens hij ruim twee jaar later weer in de schoot van zijn familie werd opgenomen.

Zijn zoon Hugo kreeg onverwachts van zijn broer een kist met de correspondentie van zijn ouders gedurende deze detentiejaren en besloot met deze schat in handen een roman te componeren. Hugo Wapperom is geboren in 1944 als het tweede kind van het echtpaar Piet en Kitty Wapperom in een portiekwoning aan de Vreeswijkstraat. Hugo, grootgebracht met verhalen en altijd betrokken op teksten, is pas laat tot het schrijverschap gekomen. Na de Mulo werkte hij onder meer als glazenwasser en als sjouwer bij Wilton Feijenoord alvorens hij een studie chemische techniek en daarna klinische psychologie voltooide. Hij is werkzaam geweest als psychotherapeut en als organisatiekundige. Verder was hij catcher van het hoofdklasse honkbalteam en later coach van dit team.

Als jongetje werd hij gefascineerd door de verhalen die zijn vader vertelde: ‘Pa is er niet voor gaan zitten om mij in mijn jonge jaren, zijn verhaal over de oorlog te vertellen. En toch, verhalen vertellen deed hij graag. Ik was vier, vijf jaar en vond ze prachtig. Mogelijk had hij in die angstige oorlogstijd, zittend onder de grond, zijn fantasie tot ontwikkeling gebracht, kon hij zo spelen met gedachten dat ze hem brachten waar hij wilde zijn.’ Verderop: ‘Prachtige verhalen liet hij ontstaan, alleen voor mij bestemd. Het verbaast me, net als toen, hoe hij met woorden de fraaiste kleinigheden schetste. Nauwgezet vertelde hij: langzaam liet hij me het pakpapier scheuren dat om de woorden en zinnen zat, die hij, in hun verborgen gedaanten, uit zijn mond liet ontsnappen zodat de gebeurtenis waarover hij vertelde ons min of meer gezamenlijk overkwam.’

Deze passage geeft een indruk van de inzet waarmee en de stijl waarin dit monumentale boek geschreven is. Al lezend wordt mij steeds meer duidelijk dat dit voor hem een verhaal is dat noodzakelijk geschreven moest worden. Het boek start met het indrukwekkende verhaal over de eerste drie dagen van de oorlog als Piet ten strijde trekt tegen ‘Het Beest’. Vervolgens wordt een caleidoscopisch beeld geschetst van de verzetsdaden, van de historische achtergrond en van de jeugd van Hugo zelf. De brieven van Piet en zijn vrouw Kitty aan elkaar zijn zowel ontroerend als onthullend: wat een liefde voor elkaar en wat een doorzettingsvermogen soms tegen beter weten in. Een voorbeeld uit een brief van 22 september uit Concentratiekamp Duindorp van Piet aan zijn vrouw: ‘Gelukkig voel ik me gesteund door een bijzonder mens, een SS ’er. Wonderwel beschouw ik hem nu als moreel sterk ontwikkeld.’ Verderop: ‘Weinig gezinnen zijn zo fraai in harmonie als dat van hem. Hij laat me de brieven lezen die zijn vrouw en kinderen hem met regelmaat schrijven. Zijn ouders zijn van Duitse afkomst, het is dus niet zo vreemd dat hij sympathiseert met zijn volk. Eindelijk heb ik in hem iemand die me begrijpt, met wie ik ook over mijn moeilijkheden praat.’

Een prachtig voorbeeld van open staan voor de menselijkheid van elk individu. Dit neemt niet weg dat in deze briefwisseling ook regelmatig de wanhoop toe slaat over de aperte onrechtvaardigheid van zijn behandeling door de naoorlogse machthebbers.

Het persoonlijke verhaal tekent zich af tegen een achtergrond waarin ook sociologische en geschiedkundige beschouwingen van de historicus Frank Kortweg, een aanhanger van de grote historicus Pieter Geyl: ‘Niks patroon, niks onvermijdelijk verloop, de geschiedenis zoekt haar weg op grillige en willekeurige wijze.’ Deze passages verschaffen de ondergrond voor het relaas over Piet Wapperom, maar vragen soms wel om een bijna studerende leeswijze.
De teksten van Hugo zelf en die van zijn ouders spreken me toch het meeste aan al begrijp ik de noodzaak van de historische en analytische inkleding wel.

De Spinvlieg is een roman waar je tijd in moet steken, maar dan houd je wel een intrigerend beeld over van de maatschappelijke jungle waarin ons land verkeerde in deze jaren plus natuurlijk een ontroerende inkijk in het bestaan van de ouders van Hugo, die als sterke individuen heen en weer geslingerd worden door de maalstroom van de oorlogstijd. Na een lange speurtocht door de brieven en archieven ontdekt Hugo de redenen van de opsluiting van zijn vader.

De beelden van het web en de vlieg zijn sterke symbolen voor dit relaas en keren dan ook in diverse passages in het boek terug. Een citaat hierover tot slot: ‘Me bewegend door de dagen van vroeger zie ik me soms uitvoerig een gedroogde vlieg, geplakt aan het rag van een door een spin verlaten web, bestuderen; zoals Pa dat voor de oorlog mogelijk deed met zijn geschriften van de Duitse filosoof Karl Marx, die erop wijst dat de dominante ideeën van de heersende klasse de ideeën zijn die de belangen van die klasse dienen.’ Eind 2013 verschijnt de tweede oplage.

Mogelijk wordt het boek over een aantal jaren verfilmd en dan ga ik die zeker bekijken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *