Tag archieven: Marco Daane

De Spinvlieg toont duistere werkelijkheid – Marco Daane in ‘De Oud Hagenaar’

De Tweede Wereldoorlog blijft ons bezighouden. Ieder jaar weer zijn er documentaires en verschijnen er boeken; nieuwe details en gegevens blijven opduiken. Onze zucht naar verhalen over deze tijd is niet te stillen. Dat geldt voor mensen die de oorlog zelf hebben meegemaakt, maar ook voor hun nazaten. Hagenaar Hugo Wapperom werd jarenlang beziggehouden door zo’n verhaal.

De zoektocht van Hugo Wapperom leidde tot het opmerkelijke boek ‘De spinvlieg’. Hugo had altijd geweten dat zijn vader, Piet Wapperom, tijdens de oorlog ‘iets’ had gedaan, maar terwijl hij opgroeide werd hij daar maar weinig wijzer over. Veel later, toen zijn vader niet meer leefde, wees zijn broer hem op een bijzondere nalatenschap. Bij die broer stond een grote kist vol brieven en andere documenten. Het was het begin van die lange zoektocht.
De brieven en dagboeken waren bijna allemaal geschreven in naoorlogse gevangenkampen, waaronder twee in Den Haag: de Cellenbarakken en Kamp Duindorp. Daar werden na de bevrijding vooral NBS’ers en andere collaborateurs opgesloten, in afwachting van hun berechting. Piet Wapperom was letterlijk en figuurlijk een witte raaf tussen deze ‘zwarten’, maar het heeft hem, zijn vrouw en zijn advocaat bloed, zweet en tranen gekost om dat aan justitie duidelijk te maken.
Dat verhaal, en alles wat eraan voorafging, is het onderwerp van ‘De spinvlieg’. Hugo Wapperom maakte er een roman van, omdat dat hem de kans bood het verhaal te vertellen vanuit het perspectief van één persoon. ‘Die ene persoon zorgt voor samenhang,’ legt hij uit.

Verraad
Piet Wapperom werd tijdens de oorlog lid van een Haagse communistische verzetsgroep rond het blad ‘De Vonk’. Aanvankelijk ontwikkelde die zich tot een van de belangrijkste verzetsgroepen van ons land, die niet terugdeinsde voor de hardste middelen: liquidaties van hoge Duitse functionarissen. Enkele ervan beschrijft Hugo Wapperom in detail, zoals de moordaanslag op SS-generaal Hendrik Seyffardt aan de Van Necklaan in Duinzigt. Idem de dubbele moordaanslag op de NSB-secretaris-generaal van volksvoorlichting Hermannus Reydon en diens vrouw in Voorschoten.

Bekende namen
Met de groep waren enkele zeer bekende namen van verzetsfiguren verbonden: Gerrit Kastein, Gerben Wagenaar – en ook Anton van der Waals. Wie iets weet van oorlog en verzet, beseft bij het zien van die laatste naam meteen dat er ‘rottigheid’ dreigde. Van der Waals was de meest beruchte ‘dubbelspion’ en verrader binnen het Nederlandse verzet. Ook bij De Vonk speelde hij die dubbelrol, gebruikmakend van een van zijn vele schuilnamen, ‘Luc’. Hij lekte geheime afspraken van de verzetsgroep naar de Duitsers en mogelijk heeft dat geleid tot de arrestatie van Piet Wapperoms, in februari 1943. De Duitsers gebruikten hem vervolgens als lokaas, waarna meer leden werden opgepakt. Het had dramatische gevolgen. Toen ook Gerrit Kastein werd aangehouden en naar het Binnenhof werd overgebracht, verkoos hij daar zelf de dood. Hij sprong uit een raam. Meer leden van De Vonk werden door de Duitsers omgebracht, maar Piet Wapperom overleefde de oorlog. Zijn reputatie daarentegen niet.

Schimmige zaakjes en figuren met een dubbele agenda

Psycholoog Hugo Wapperom kroop in het hoofd van de verzetslieden

Begin 1946 werd hij wederom opgepakt, nu door de Nederlandse autoriteiten. Hij werd verdacht van verraad en collaboratie. Door Wapperoms toedoen zouden Gerrit Kastein en co. zijn opgepakt. Wie achteraf de gebeurtenissen op een rij zet, ziet dat dat nooit mogelijk kan zijn geweest, maar destijds bleek niemand bereid zijn nek uit te steken voor Piet Wapperom.

Piet Wapperom bracht enkele jaren door in gevangenschap. Uiteindelijk kwam het niet tot een ‘zaak’ tegen hem (die was er immers niet), maar Wapperom nam na zijn vrijlating het besluit nooit meer iets met de politiek te maken te willen hebben.
Uit ‘De spinvlieg’, inclusief Piet Wapperoms daarin geciteerde dagboeken en brieven, rijst een uitvoerig en bijzonder levendig beeld op van enkele veel te weinig bekende aspecten van de oorlog in Den Haag.

Dilemma’s
Zo lopen we achter de hoofdfiguren van De Vonk aan door de straten van Den Haag. We volgen bijvoorbeeld Gerrit Kastein bij het huis van de hoge nazi Seyffardt in de Van Neckstraat: ‘Hij zoekt naar nummer 36. Recht tegenover die benedenwoning gaat hij een oprijlaan op en leunt daar tegen een muur, diep ademend laat hij de eerder in zijn hersens vastgelegde film nog eens aan zich voorbijtrekken.’
Hugo Wapperom was er zelf ook. ‘Ik heb dat voor een deel nagelopen.’ Hij probeerde zich ter plekke vooral voor te stellen hoe zo’n verzetsactie uitgevoerd zou kunnen zijn. Hugo kroop in het hoofd van de verzetslieden. Natuurlijk is het niet echt bekend hoe zij hun werk ervoeren, maar de twijfels en dilemma’s die Hugo (die psycholoog is) beschrijft, komen zeer authentiek voor. Jan Verleun, die Seyffardt uiteindelijk doodschiet, denkt direct daarna eerst: ‘Nu weet ik het zeker, ik neem ook de geplande volgende actie voor mijn rekening. Die is mij toch toevertrouwd, nietwaar… Nee, gegund.’ Vervolgens breekt het in hem los: ‘Heftig begint Jans lijf te trillen, rillingen lopen dwars door elkaar, met grote intensiteit lijkt van alles en nog wat binnen in hem in en weer uit elkaar te schuiven, alsof het niet meer past.’ Jan kan niet meer en Gerrit Kastein moet de volgende actie op zich nemen. ‘We weten natuurlijk veel over verzetsacties, ook uit films en boeken, maar dat is allemaal van de buitenkant,’ aldus Hugo. ‘Dit boek is een poging tot doorzicht van binnenuit.’

Haags verzet
Aangrijpend is ook het verhaal van Jan van Kalsbeek, een ander lid van De Vonk, over het moment dat hij werd neergeschoten. Van Kalsbeek had Piet Wapperom kort na diens arrestatie bij een vaste afspraak gemist. Hij kreeg direct een bang voorgevoel. Toen hij vervolgens een partijlid aan de Waldeck Pyrmontkade opzocht, bleken de Duitsers (Nederlandse politieagenten die voor de Duitsers werkten) daar al binnen te zitten. Van Kalsbeek vluchtte het Zeeheldenkwartier in, met de Duitsers (die mannen) achter zich aan: ‘Meer dan tien schoten hoor ik, achter elkaar: pats, pats, pats… Plots zie ik sterretjes voor mijn ogen, voel me duizelig worden, weer ga ik een hoek om, de Helmersstraat in. Daar ren ik, wat moest ik, door de openstaande deur van de melkwinkel op nummer 8. Ik loop door naar het achterhuis om mijn pistool te verstoppen, en leg het uiteindelijk onder de trap, samen met mijn persoonsbewijs. “De Duitsers zitten me op de hielen,” roep ik tegen de vrouw van dat huis. Je gelooft het niet, maar zij pakt me vast en haar man helpt haar. Met van die grote ogen kijken ze me aan, ze trekken en duwen me naar buiten. Bang waren ze, denk ik achteraf, en verrast. Ik kan niet anders dan weer hardlopen, verder weg, nog verder. Ik kijk om. Tot mijn verbazing zie ik niets, niemand. Ik ga een hoek om, rechts de Elandstraat in, alsmaar verder, daar… daar voor de deur van de katholieke kerk houdt het op, daar lijkt het voorbij. Alles, dacht ik. Ik had het niet meer. Op de stoep zak ik ineen.’

Het fragment brengt het Den Haag van toen dicht bij de lezer. ‘Die plaatsen zijn voor mij anders geworden,’ vertelt Hugo. ‘Als ik er nu langs loop, moet ik altijd aan die gebeurtenissen denken.’ Hij kijkt sindsdien ook wat anders tegen zijn stad aan. Het Haagse verzet is in de geschiedschrijving van de oorlog tot nu toe wat onderbelicht gebleven. ‘Die geschiedenis bekijken we vooral vanuit landelijk perspectief, die is niet plaatsgebonden. Maar toch: de instituties, de machtsvertegenwoordigingen, die zaten ook toen hier, in Den Haag. Het Binnenhof, het Oranjehotel: de Duitsers hadden die gewoon overgenomen. Dat Gerrit Kastein op het Binnenhof zelfmoord pleegde, is toch veelzeggend.’
Historici en schrijvers, zoals dr. Lou de Jong, hebben het Nederlands verzet vooral vanuit Amsterdams perspectief behandeld. ‘Soms heeft dat de beelden die we hebben beperkt. Den Haag noemen we nu graag een stad van vrede en bestuur, maar ik zou zeggen: Den Haag is een stad van vrede, bestuur en verzet. Juist omdat hier tijdens de oorlog de macht was gevestigd, was er ook een krachtig verzet.’

Intriges
Verzet – en dat riep weer antiverzet op. Hugo: ‘Na de oorlog hadden we behoefte aan bepaalde figuren en symbolen. Boeken en films als Engelandvaarders en Soldaat van Oranje hebben die samen met de media geschapen. Maar het beeld van heldhaftige figuren die de wapens opnamen tegen de nazi’s schiet tekort. In werkelijkheid was het verzet veel complexer. Het was een diffuse, mistige wereld, geplaagd door crisis, ruzie en rivaliteit.’ Voor Hugo werd dat een belangrijk thema voor zijn boek. ‘Het zijn zaken van alle tijden. In zulke omstandigheden leer je mensen en al hun karaktertrekken het best kennen, en ook hun land. De emotie botste op het verstand en belemmerde vaak de besluitvorming.’

Daarnaast blijkt uit ‘De spinvlieg’ dat veel zaken rond het verzet niet waren wat ze leken. Er komen heel wat intriges in voor die zich achter de schermen afspeelden. Helemaal nieuw is dat niet. Een van de beroemdste Nederlandse romans, De donkere kamer van Damocles van W.F. Hermans (1958), was deels al gebaseerd op de figuur van Anton van der Waals en op de onzichtbare, duistere krachten rond het verzet. Nieuw is wel de manier waarop Hugo Wapperom zich in de geest van een betrokkene tracht in te leven, ook in diens naoorlogse tijd. Hij laat zien hoe al die schimmige zaakjes en figuren met dubbele agenda’s hem voor het leven hebben getekend. Langzaam, en met hulp van de historicus Frank Kortweg, legt hij allerlei machinaties bloot die voor de oorlog al gaande waren tussen de regeringen van Nederland en nazi-Duitsland, inclusief die van een zekere Bernhard van Lippe-Biesterfeld. Soms lees je er met rode oortjes over, dan weer met afschuw.

Gevangenkampen
Minstens zo onthutsend (en uniek) zijn de beelden die ‘De spinvlieg’ schetst van het leven in twee Haagse gevangenkampen: Kamp Duindorp en de Cellenbarakken aan de Van Alkemadelaan. Kamp Duindorp was gewoon de hele wijk Duindorp. Die was door de Duitsers in 1942 volledig ontruimd wegens de aanleg van de Atlantikwall. En na de oorlog mochten de bewoners dan weer niet terug van de Nederlandse regering, omdat die Duindorp wilde gebruiken voor de opsluiting van collaborateurs. Piet Wapperoms dagboeken schetsen een langdurig verblijf aldaar met grauw voedsel, luizenonderzoek, depressies en vooral tomeloze verveling. De sleur werd er soms onderbroken door de opvoering van toneel- of zangstukken. Piet Wapperom zong mee in het gevangenenkoor, dat optrad in de Pniëlkerk aan de Tesselsestraat.

En je leest met stijgende verbazing tussen wie Wapperom, communist en verzetsstrijder, later in de Cellenbarakken terechtkwam. Daar zaten beruchte figuren opgesloten als Arnold Meijer (oprichter en voorman van het fascistische Zwart Front), SD-Sturmbannführer en regisseur van de Jodendeportatie Willy Lages en een broer van NSB-parlementariër Meinoud Rost van Tonningen. Ze záten er niet alleen, Wapperom kwam hen ook tegen en voerde gesprekken met hen. ‘Absurdistisch,’ vindt ook Hugo Wapperom. ‘Een heel gekke verzameling mensen en totaal verschillende werelden kwamen daar op bizarre wijze samen. Zat mijn vader daar met Arnold Meijer gymnastiekoefeningen te doen.’ En Willy Lages hoorde hij aan over diens afkeer van het communisme. Het is een menselijk drama in optima forma: Piet Wapperom moest afwachten en zijn tijd uitzitten te midden van ‘het neusje van de zalm van mijn vroegere tegenstanders’, zoals hij het zelf omschreef. In zijn toestand kon hij niet anders dan op een of andere manier een soort van verstandsverhouding met hen aangaan.

Voor Hugo Wapperom ging het bij het schrijven van ‘De spinvlieg’ om die gebeurtenissen. ‘Het kernverhaal van dit boek vind ik zó met het leven te maken hebben. Het laat zien hoe zulke gebeurtenissen de mens kunnen beïnvloeden, wat voor wonderlijke kwesties iemand kunnen raken. Zo’n oorlog, die overkomt je ook maar. Daarom vond ik dat dit verhaal verteld moest worden; niet omdat het mijn vader betreft, maar omdat het algemeen is en alle kanten van deze dramatische periode vertelt.