Categoriearchief: Recensies

Johan Carbo -Jubileumboek KNBSB “Eeuw met Gouden Glans”

‘Dat impulsieve gedraaf van al die spelers van de ene vereniging naar de andere’, zegt Roy van den Dungen Gronovius, ‘het bevalt me niks, het publiek kan zich ook niet meer met de clubs van tegenwoordig identificeren, wereldkampioen of niet. Den Haag is ten tijde van die uitspraak nog steeds niet helemaal bij stem vanwege al het vreemdsoortige gegoochel rond het wel en daarna weer niet doorgaan van een glorieuze Sinterklaasintocht van de gouden WK-werper Rob Cordemans in het – naam met vol historisch besef – Leen Volkerijk Stadion van ADO. Uit het wegkapen van de krachtpatser had najaar 2011 voor eenieder duidelijk moeten worden dat de halfbakken hoofdklasser ADO, de maanden eraan voorafgaande volop gelijkenis vertonend met een kartonnen doos na een nacht in de regen , met kracht de rug had gerecht. Maar op de valreep krabde Cordemans zich vlak onder zijn pet achter het oor en liet Den Haag weten geen perspectief te zien. Oud-catcher Hugo Wapperom blijft niettemin zijn waardering uitspreken over de ingreep van de voormalige internationale werper Bart Volkerijk. Als een caballero had die ‘de moed luid en duidelijk naar buiten toe najaar 2011 luid te verkondigen dat het slecht met zijn grote liefde ging, en dus met Den Haag, en dat er als de sodemieter tot actie moest worden overgegaan’. Ook Wapperom (ging naar eigen zeggen ooit vanwege de onvermoeibare coach Leen Volkerijk met het karakteristieke ganzenloopje voor ADO spelen) liet zich in een commissie praten ‘om te elfder ure te redden wat er aan prestatief honkbal in Den Haag nog te redden was’.


Zelf begon hij ooit bij de oudste vereniging van de regio Zuid-Holland, bij Celeritas waar al voor het eerst in 1939 in een soort hansop werd gehonkbald. Later voegde het uit voornamelijk Indische leden bestaande Tjikalong zich bij Celeritas en werd het CTC. Om kort nadien weer Celeritas te worden met in de eerste klasse de Indische broers Bouke en Robbie Vakkers – international Bouke die als werper de sensatie Cuba zes innnings lang op nul hield wat toentertijd onze kleinschalige honkbalparochie al helemaal in staat van ongeremde opwinding bracht. Met de gedistingeerde Alwin Toppenberg, altijd buiten het veld herkenbaar aan zijn beige regenjas en klein diplomatenkoffertje en het juiste betrouwbare voorkomen voor een lidmaatschap jaren later van de beroepscommissie. Met Fred Riedijk, die de bloedmooie zuster Maureen van de broers Vakkers huwde, met sportkledinghandelaar Joop Meevers Scholte als coach en Joris Goedbloed, met Herbert Ramlal en met hemzelf, de soms wat dromerige maar dan later weer messcherpe Hugo Wapperom achter de plaat.


En dat brengt het gesprek met de goedlachse Wapperom als bijna vanzelf op de verschillen tussen de Haagse honkbalclubs waarvan Celeritas inmiddels al niet eens meer aan de competitie deelneemt bij gebrek aan leden. Trouwens, de meeste clubs zijn inmiddels ter ziele gegaan. Wapperon: “Roy van den Dungen Gronovius was een uitblinker. Hij behoort met Win Remmerswaal, van Wassenaar en Storks en met afstand de Haagse nummer 1 aller tijden, met Hudson John mijn nummer 2, en de ADO’ers Bart Volkerijk, King Zschuschen, Frank Lyando, Gerard Salemink en Lauwe Halkema, in die volgorde, tot de beste honkballers uit de Haagse geschiedenis. Ziehier de cast voor een residentieel honkbalgala. Storks zit met drie celebrities in mijn top-4. Maar laten we in godsnaam een beetje reëel zijn: de glorie van Storks ligt alweer dertig jaar achter ons. Ik mag dat zeggen, ik speel er nog steeds softbal, ik voel me er hartstikke thuis. Maar bij ADO gaat het eerst en vooral om het spel en de knikkers, altijd zo geweest – bij Storks om de gezelligheid, ook altijd zo geweest, in feite. Dat bij Storks, waar overigens nog nauwelijks Antillianen rondlopen, alle teams zichzelf bedruipen tot het eerste aan toe, zegt genoeg. Zoals ook het feit dat het bestuur aan de spelers overlaat of er wel of niet van promotie gebruik wordt gemaakt. Gevaarlijke flauwekul die het bestuur bepaald niet tot eer strekt. ADO houdt het Haagse honkbal aan de top overeind en gelukkig heeft Bart Volkerijk het met zijn publiekelijke noodkreet voor elkaar gekregen dat iedereen wakker is geworden. Ook de gemeente hopelijk. In elk geval worden er stevige pogingen ondernomen de gemeente net als in Rotterdam veel meer bij het honkbal te betrekken. Daar heeft het heel lang aan geschort en dat valt beslist niet volledig af te schuiven op het conto van de locale politiek en zijn ambtenaren. Hand in eigen boezem dus graag”.


De psycholoog en schrijver Wapperom is auteur van de door recensenten goed ontvangen roman De Spinvlieg met onder andere ook honkbalmetaforen. Het boek gaat in essentie over de liefde, de dood en over tijden van crises die een ander licht werpen op land, cultuur en machtsstructuur. Wapperom kiest met zorg zijn woorden als hij zijn gedachten laat gaan over de voorhoederol rol van het honkbal – en zeker ook het Haagse – met betrekking tot de multiculturele samenleving die in 2011 zelfs door rechts-liberale en christendemocratische politici uit electoraal gewin openlijk als mislukt wordt beschouwd. Daarmee geconfronteerd: “Ik heb altijd met Antillianen, Indische Nederlanders en wat al niet meer gespeeld. Heerlijk vond ik dat. De jongens van Aruba en Curaçao waren het zout in de pap. Vind ik nog steeds! Maar in de loop der jaren merkte ik, proefde ik, voelde ik om me heen… Ja, hoe moet ik dat nu tactvol zeggen… Er was iets aan het scheef groeien. Door hun passie voor het honkbal, hun slagkracht, hun belang om in een vreemd land een nieuw bestaan op te bouwen, hebben ze in aantal, zeker in de honkbalhoofdklasse, finaal de overhand gekregen. Net als in de rest van de maatschappij gaat zoiets schuren. Het heeft met tolerantie te maken, zoiets, vaak onuitgesproken dingen, vaak ook onderhuids, maar o zo aanwezig. Daar maak ik me wel eens zorgen over, blijven we elkaar verdragen? Blij verrast was ik dat de NRC-journalist John Kroon na het gewonnen WK het plots zó verwoordde: ‘Niet verder vertellen want er zijn er in Den Haag die zich rot schrikken. Maar het gaat eigenlijk best wel goed met de multiculturele samenleving, in de sport tenminste’. Koen Greven zei in dezelfde krant ook nog eens zoiets als: ‘Ze zijn niet meer weg te denken uit de nationale ploeg – de honkbalbond zou de Antilliaanse honkballer kunnen helpen met verbetering van de accommodaties op Aruba en Curaçao’. En zo is het maar net.”

Jan Overwater – Roman van Hugo Wapperom

Hugo Wapperom, jarenlang speler van ADO 1 en in zijn honkbalnadagen lid van de HB 1 selectie van Storks, en bovendien coach van zowel ADO 1 als Storks 1, heeft in de maand mei jl. het boek De Spinvlieg laten verschijnen.

De roman beschrijft het naderen tot de dood in dit land in crisistijd. Maar het verhaal gaat vooral over de liefde, over de betrokkenheid op elkaar; ook over de betrokkenheid tot een doelgericht team, zoals dat van het verzet in die tijd. Het team dat in de roman in zijn eigenschappen gesteld wordt tegenover de soms zo dreigende massa van min of meer anonieme individuen. Zo’n massa kan de gezonde ontwikkeling van de democratie in de weg staan. Het is een serieus boek, geprezen door dr Gerard Aalders, schrijver en bekend geschiedkundige van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en ook door de schrijver Bert van Nieuwenhuizen: ‘Indrukwekkend! Een in een meeslepende stijl geschreven roman, een prachtig – zeer persoonlijk – beeld van een tijdperk.’ De taal- en letterkundige Coos Versteeg, directeur en hoofdredacteur Den Haag Centraal, schrijft er op zijn manier over: ‘Hugo Wapperom geeft de eigen kleuring en interpretaties aan het op de werkelijkheid gebaseerde verhaal op intrigerende wijze weer. In zijn roman doemt een fascinerende wereld op waar niets meer is wat het lijkt. Waar de scheidslijn tussen goed en fout vervaagt en waar vrienden veranderen in vijanden en andersom. Wat hij vooral doet, is de positie van de goedwillende eenling plaatsen in een omgeving van macht, intrige, bedrog en verraad.’

Ik raad De spinvlieg van harte aan, ik zou zeggen “geniet ervan”.

Marleen van der Meulen – Een waar in vooral Scheveningen gebeurd verhaal

Een waar gebeurd verhaal, verschenen in boekvorm, in recensies omschreven als een in een meeslepende stijl geschreven roman en een fraaie weergave van een stuk oorlogsgeschiedenis. Een roman waarin een fascinerende wereld opdoemt waar niets meer is wat het lijkt. Waar de scheidslijn tussen goed en fout vervaagt en waar vrienden veranderen in vijanden en andersom. Wat de schrijver, psycholoog en organisatiedeskundige Hugo Wapperom, vooral doet, is de positie van de goedwillende eenling plaatsen in een omgeving van macht, intrige, bedrog en verraad. Dat complexe weefsel is minstens zo sterk aanwezig in de jaren na de bevrijding als onder het Duitse juk.

 In de eerste week van mei verscheen het boek De spinvlieg, het is een waar gebeurd verhaal over de ouders van de auteur.

In de jaren voor, in, en na de Tweede Wereldoorlog blijkt dat Henk en zijn vrouw (de ouders) in liefde, geëngageerdheid en verdriet, slechts schuifelend hun weg vinden over het dunne laagje van de rede, met de dood dichtbij en om zich heen het verval. Zo weten ze zich uitgedaagd tot doden. Gaandeweg verbazen ze zich over de massamens, over zijn wonderbaarlijke invloed op het doen en laten van het individu, en ook op dat van hen beiden. Het ongelofelijke verhaal van Henk en zijn vrouw voltrekt zich tegen de achtergrond van intriges, waarin bekende historische figuren hun geheime agenda najagen. Meestal vanuit een strategische positie binnen de staat, maar ook binnen de politieke partij, het gerechtelijk instituut en de politieke politie. Onder hen ministers, ministers-presidenten, prins Bernhard en koningin Wilhelmina.
Deze roman gaat over de zintuigen, de gevoeligheden en het denken van zowel de mens als de maatschappij.

 In dit waar gebeurd verhaal speelt Scheveningen een belangrijke rol, met name de Cellenbarakken aan de Van Alkemadelaan, waarbinnen toen de dodencel, en het naoorlogse concentratiekamp Duindorp. Ook Reindert Zwolsman, bekend als een van de belangrijkste bunkerbouwers en gewerkt aan de Atlantik Wall, wordt genoemd.

 In het begin van de bezetting ontruimen de Duitsers heel Duindorp, dan is het Spergebied, maakt het deel uit van de Atlantik Wall, niemand mag er in. Rondom Duindorp bouwen ze bunkers.

 Omdat na de oorlog in Duindorp veel huizen leeg staan, maakt de gemeente Den Haag in 1946 van het hele dorp een interneringskamp. Aan hoge palen brengt de gemeente rond het dorp drie rijen prikkeldraad aan. Zo wordt de hechte gemeenschap van vissers, die daar generatie op generatie woonden, buitengesloten.

 In de roman De spinvlieg is authentiek briefmateriaal verwerkt waarmee voor het eerst het leven in het interneringskamp is blootgelegd. Het woord Duindorp en Scheveningen komt respectievelijk zesenzestig keer en eenenveertig keer voor in De spinvlieg.

Minka Kaszó – Landelijke vereniging van kinderen van verzetsdeelnemers 1940-1945

DAGBOEK CONCENTRATIEKAMP DUINDORP

Thuis betekent hier alles en alles.

Maandag 23 december 1946.

Ik heb me, op deze dag voor Kerstmis, voorgenomen de komende dagen zo lang mogelijk te schrijven, alleen voor jou, elke dag minimaal één stukje. Of het zal lukken staat nog te bezien. De wil is er. Ik maak het best, ik hoop jullie allemaal ook. Ik zal blij zijn als het nieuwe jaar zijn intrede doet, het zal allicht beter zijn dan het afgelopen jaar, dat hoop ik maar. Gedurende deze feestdagen wordt voor de politieke delinquent nogal wat drukte gemaakt: optredens en zelfs radiomuziek, waarschijnlijk luisteren we nu naar hetzelfde programma. We repeteerden veel met het koor, het belooft mooi te worden. Buiten ‘een nieuwe mis van Stehle’ zullen we vannacht de ‘Kerstcantate’ zingen, ‘Stille Nacht’, ‘Oh, carissima’ en ‘Ardente Fidelis’, het lied dat jij zo dikwijls zingt, weet je wel, dat van ‘Christus is geboren, zingen d’engelen-koren’. De kerk is prachtig, heel mooi versierd.

Op oudejaarsavond, vlak voor de jaarwisseling, zal door de gedetineerden een groot Sylvesterspel worden opgevoerd, waarover ik je later zal vertellen.

Aan jullie denken, tijdens deze dagen, probeer ik maar zo weinig mogelijk, anders voel ik me zo weemoedig, ik houd dat niet uit, voor het eerst in mijn leven breng ik dit feest niet in familiekring door. Nu beleef ik pas echt wat kerstfeest voor me betekent. Het is het feest van het gezin, ook esthetisch gezien is het zo fraai.

Er moet nu al in het programma worden geschrapt, zojuist zijner weer een paar opgeroepen om naar huis te gaan, één van hen had de leiding in het kerstspel. Ook van mijn kamer is er weer één naar huis, wanner ben ik aan de beurt? Van de berooide elementen liggen er hier nog maar een paar, de zogenaamde ‘oude ploeg’ bemoeit zich nu niet meer zo met hen, waardoor het aanzienlijk minder aangenaam is geworden. Gelukkig kerstfeest hebben de lui die huiswaarts gingen.

eerste kerstdag

De hele week at ik van jullie pakje, lekker. Er zit zelfs nog wat in en met de tabak kan ik wel een poosje vooruit, die bewaar ik altijd voor het laatst. Ik zit nu in de grote, holle feestzaal met naakte witte muren, versierd met wat groen. Over de lange tafels liggen dekens, zodat ze er niet meer zo kaal uitzien. Uit een grammofoon komt muziek. Heel bijzonder. Het klinkt een beetje schor, maar dat mag niet hinderen. Het is de kwelende stem van Bing Crosby. Tussendoor komt af en toe de stem van de gedetineerde omroeper. Zo’n kleine honderd man zitten in de zaal, te lezen, te kaarten of alleen maar te hangen. De rest kroop van ellende het nest in.

Trouwfoto Piet en Kitty Wapperom

Vanmorgen om vier uur was ik al op voor de nachtmis. Het was echt mooi. Veel bekende kerstliederen zongen we. Wel jammer dat de ‘Kerstcantate’ werd verpest in een solopartij van een tenor, het sneed je door de ziel zo vals als die man zong. Daarna zat bij ons ontbijt een dominee aan tafel, die een korte toespraak hield, in elk schoolblok was dat zo geregeld. Nu hoor ik de muziek van Theo Uden Marsman en zijn Ramblers.

Mijn kamer is werkelijk een zwijnenpan. De kamerwacht is verhuisd naar een andere kamer, voor hem in de plaats is er nu een viezig mannetje dat de boel verwaarloost. Het is allemaal liefdewerk oud papier, dus kunnen we er niet veel van zeggen. Er loopt trouwens nog zo’n viespeuk rond, die we professor Van der Hoogte noemen. Een ex-Landwachter, broodmager en oerlelijk, zo mager dat hij zelfs recht heeft op een extra ziekenrantsoen. Om dat dan, zodra hij het heeft ontvangen, te verpatsen voor wat tabak, dat haast nooit in zijn pakje zit, zijn vrouw is straatarm. Als ze hem voor controle wegen, trekt hij al zijn kleren uit, op een overhemd en een broek na, omdat hij zo licht mogelijk wil zijn om nog een extra rantsoen te kunnen pakken, dat hij vervolgens niet eet, waardoor hij dus nog meer gaat verdienen. Een enorm eigenwijze kerel, die van alles op de hoogte is, je hoeft hem niks te vertellen of hij weet het beter. Zijn lichaam zit onder de puisten en rode vlekken, ook één op zijn achterwerk, dat lijkt zo op de kont van een aap. Kortom: het is een onesthetisch mannetje.

Je begrijpt dat in al die viezigheid voor ons het baden een aangename bezigheid is, als er tenminste water uit de kraan komt. Dat is altijd afwachten. Diverse huizen zij als badgelegenheid ingericht. Boven is voor ons de kleedkamer. Daar is het zo heet als de hel en omdat de kachel er staat te branden op hout dat voor stutwerk in de bouwerij werd gebruikt, stinkt het ook nog ontzettend. Ongeveer twintig man, jong en oud, kleden zich in die hitte en die stank poedelnaakt uit. Dan rennen ze op het seintje van de gedetineerde badman die daar de godganse dag in die stinkende behaaglijkheid aan het vertoeven is, de ijskoude gang door. Trap af, hup, hup, hup … en onder die ijskoude douche, die dan langzamerhand wat warmer wordt, als je een beetje mazzel hebt. Als je van dat meer hebt, heb je zelfs een douche voor jezelf alleen, anders moet je met zijn tweeën de waterstraaltjes  delen. Soms duurt het vijf, soms tien minuten, dan ren je weer naar boven om je vlug aan te kleden, voordat de volgende ploeg komt, want die staat meestal al te trappelen van verlangen om het festijn te mogen meemaken. Toen ik voor het eerst in Kamp Duindorp was, ging alles met vrolijke muziek gepaard: de beenderen in de uitgehongerde lichamen kon je horen klepperen. Nu merk je daaraan dat het wat eten betreft beter is, lagen vlees en vet zijn inmiddels over de botten gekomen, heel behoorlijk zien de meesten er uit. Ik ben pas gewogen en ook 2 kilo aangekomen. Ruim 64 kilo weeg ik, een behoorlijk gewicht, toch … voor zo’n klein mannetje.

Er heerst hier zo’n eigenaardige humor, waar je echt in moet groeien. Je moet het een poosje meemaken om het te kunnen aanvoelen. Als je net in dit gedetineerde milieu komt, en bovendien anti bent, ben je vaak ontzet over de uitdrukkingen die hier worden gebezigd en over de vreemde onderwerpen waarover ze kunnen schateren. De meest verschrikkelijke dingen worden hier weggelachten. “Waar zit jij voor?“ Die veelgestelde vraag wordt bijvoorbeeld beantwoord met: “Oh, ik ben een tijdje portier geweest bij het massagraf, maar daar ontving ik te weinig fooi, toen heb ik me naar de gaskamer laten overplaatsen. Nu heeft de Politieke Recherche Afdeling op een jaspenning mijn vingerafdruk gevonden. Daarvoor zit ik nu hier.”

Lugubere humor, en toch, als je het vaak hoort, raak je eraan gewend. Een vorm van degeneratie, denk ik. Of misschien is het wel een vorm van acclamatisatie. Mijn indruk van al die verschrikkingen die door de Duitse, in het geheim opererende KG-legers zijn aangericht, is door die verhalen niet afgezwakt. Integendeel. Het is beestachtig wat zich onder dat regime afspeelde, meer dan beestachtig, de verhalen die je moet aanhoren zijn vaak niet te verdragen en niet te verwerken: het is allemaal zo erg geweest …Daartegenover staat dat je hier voor andere dingen meer begrip krijgt, omdat hier genoeg mensen zitten die helemaal niet verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor wat de Duitsers deden. Idealisten, die ten koste van alles hun grootse gedachten wilden verzekeren en die ook een afschuw hadden van de verschrikkelijke terreur. Heel humaan eigenlijk, heeft een aantal van die lui zich in die tijd gedragen. Bij politiek gedoe is recht-vaardigheid vaak ver te zoeken, bewijst de geschiedenis door eeuwen heen.

Als ik aardig op dreef ben met mijn geschrijf, kan ik zomaar worden onderbroken. Net wilde Ed Koenders, die pas een week geleden werd gearres-teerd, mijn aandacht. Voor de oorlog was hij bij de NSB, maar in 1940 bedankte hij om lid van de SS te worden. Halverwege 1942 duikt hij bij de Landelijke Knokploegen onder in de illegaliteit. Ed is een sympathiek mens, onmogelijk lang en tamelijk krom. Hij is afkomstig van een goede familie. Nu verdiept hij zich in zowel biologie als filosofie. Hij heeft allang zijn buik vol van de NSB en zijn nieuwe orde. Uren zitten we te kletsen over allerlei onderwerpen. Zonet ging het over boed-dhisme, marxisme en de structuur van atomen. Daarna gingen we eten en ben ik naar bed gegaan. Wakker geworden en weer gaan eten. Nu is het halfzeven, ik zit weer in de zogenaamde recrea-tiezaal, met tegenover me Gerrit Verklager en dezelfde Ed Koenders.

Nu is het halftien. De eerste kerstdag is bijna voorbij, om halfelf is het appel, dan gaan we naar bed. Met Ed was ik een tijdje met een kruiswoordpuzzel bezig. Zojuist luisterden we naar een nogal flauw kerstverhaal en zo-even hoorde ik door de luidspreker zelfs enkele korte nieuwsbe-richten. “Hoe kun je in zo’n drukte, met al die herrie om je heen, rustig zitten schrijven?” vraagt Ed. Hij kan dat maar niet begrijpen. Morgen komt Onraad op Montebleu, een kerstspel met daarin ons koor. Het wordt opgevoerd inde kerk.

Vandaag voelde ik me niet zo bedrukt, Kitty, wel vanmorgen in de kerk. Ik heb zoveel mogelijk afleiding gezocht, ik wil niet merken dat het Kerstmis is. Wat voel je hier toch goed wat het betekent een gezin te hebben, een thuis, thuis betekent hier alles en alles. Vanmorgen is er weer één naar huis gegaan, hij was veroordeeld tot aan eerste kerstdag. Zijn vrouw stond buiten de vierdraads op hem te wachten.

Uit: De spinvlieg, pag. 183-185. Auteur: Hugo Wapperom. De vader van ons lid Hugo Wapperom werd na de oorlog valselijk beschuldigd van verraad en zat onbegrijpelijk lang gedetineerd tussen allerlei oorlogsmisdadigers. Een van de rode draden in dit boek zijn de brieven die de ouders in die tijd aan elkaar schreven. Wij bespraken dit boek voor u in het lentenummer van dit jaar. Op onze website meer over dit boek.

       Site Verzet in en om Dordrecht

“Fascinerend. De spinvlieg spreekt voor zichzelf, geeft een aanvulling op wat wij menen te weten over die tijd en zet die mening deels op losse schroeven.

Altijd is de werkelijkheid in beweging, zoals het water van de rivier, zei pa me in zijn jonge jaren, pratend over de oorlog. De werkelijkheid is wat ze in jouw hoofd is, ze is anders dan in het hoofd van een ander. Ze is deel van een stroom waarvan alle hoofden deel zijn, ze is vlottend. In zekere zin is ze dus wat jij wilt dat ze op een bepaald moment voor jou is.’

De schrijfwijze is te karakteriseren als zorgvuldig, behoedzaam – in die zin afstandelijk – gedragen en bloemrijk.

Het recht, daaraan klampten ze zich vast, rechtvaardigheid was waar ze voor streden, vele jaren lang, jaren voor en in de oorlog.’

Die man, die pa van mij, zat gevangen in zijn tijd, omhuld door een dun laagje van wat we nu de “vrije keuze” noemen.’

Deze in de geschiedkunde gegronde roman geeft een zeldzaam beeld van die tijd, ook die van direct na de oorlog. Eigenlijk is het een aantal boeken ineen: een verhaal over de relatie van twee jonge mensen, een beeld van het verzet, een geschiedkundig tijdsbeeld waarin we zien hoe WO2 ontstond en wie erachter zaten, en dat dit niet alleen Hitler en zijn trawanten waren maar ook oorlogsindustrieën, in belangrijke mate, zij die van oorlog profiteerden. Politiek gekonkel. Een aanklacht. Eén die een bedenkelijk beeld geeft van de betrokkenheid in die tijd van ondermeer prins Bernhard.

Minka Kaszó, van Nieuwsbrief Landelijke Vereniging Kinderen van Verzetsdeelnemers 1940 – 1945.

Cor Gout – Roman de Spinvlieg

Direct na de oorlog werd Hugo Wapperom’s vader Piet geïnterneerd in kamp Duindorp in Scheveningen en later in de Cellenbarakken aan de Van Alkemadelaan op verdenking van het verraden van medeleden van zijn verzetseenheid, een communistische groep rond het blad De Vonk. De beschuldigingen die leidden tot zijn arrestatie waren en bleven vaag. Piet Wapperom’s zaak was in feite geen zaak.

‘Vannacht had ik weer zo’n vreemde droom. Als vlieg zoem ik langs een halfvergaan web dat aan een zolderbalk hangt, het lukt me als spin niet om het te repareren. Iedereen die ik in en na de oorlog leerde kennen is veranderd in een insect – een zwerm op zoek naar honing’.
(Piet Wapperom, Cellenbarakken Van Alkemadelaan, 9/8/1947; De spinvlieg p. 386)

Zoals vader Piet zijn bestaan probeert te verhelderen in brieven aan zijn vrouw Kitty, zo probeert zoon Hugo waarheid te vinden in de brieven van en aan Piet en de documenten ‘de zaak’ aangaande, die zijn broer Petja jarenlang, tot na hun vaders dood, in een kist had bewaard en voor Hugo had achtergehouden.

‘Beduusd, soms als angstig dier, zoek ook ik naar steunpunten – die vaak week blijken te zijn. Zijn woorden (zijn vaders-cg) beklijven soms moeilijk bij mij, omdat híj ze schreef binnen een omgeving waarin hij niet beklijven kan, daar waar hij zich onderhoudt met en verhoudt tot zijn omstanders, over wie hij denkt: nooit heb ik jullie gezocht (…). Zijn woorden lijken een bezwerend traliewerk ter bedekking van de chaos in zijn hoofd en zo mogelijk van zijn gedachten over de gedoden en het doden’.
(Hugo Wapperom; De spinvlieg p. 236)

De verzetsgroep waarvan Piet Wapperom deel uitmaakte handelde meedogenloos in zijn afrekening met de Duitse vijand en de landverrader. Een strijd van wit tegen zwart, zouden we graag geloven… en hebben we in onze jaren van onschuld ook geloofd. In werkelijkheid was het verzet een diffuse, mistige wereld, vol controverses, geschillen en dubbele agenda’s.

Aan de hand van historicus Frank Kortweg betreedt schrijver Hugo het labyrint van machinaties en intriges die zich voor, tijdens en na de oorlog hebben afgespeeld. Piet Wapperom, door mishandeling en psychologische terreur van de Duitse contraspionage gedwongen als lokvogel mee te gaan naar het Staatsspoor, waar een ontmoeting plaatsvindt met ernstige gevolgen, belandt in het gevang. Het dossier van Reinder Zwolsman, katholiek zakenman, in de oorlog behorend tot de belangrijkste bunkerbouwers in Nederland en informant van onder meer de Gestapo, wordt op last van KVP-politicus en minister-president Beel uit de archieven verwijderd. Nederland in opbouw kan mensen als Zwolsman goed gebruiken. De belangen van Piet Wapperom tellen niet.

Later schrijft Cor Gout: ‘Het is een bijzondere roman, ik heb nog nooit zo’n boek gelezen. De eigenzinnige compositie, de contrasten, de poëtische en de rauwe stukken, het persoonlijke en het algemene, de emotie en het klinische onderzoek. Hoe die elementen botsen of samensmelten.’

Coos Versteeg – Het Nederlandse verzet na de Tweede Wereldoorlog

Van het beeld dat het Nederlands verzet een eendrachtig front tegen de Duitse bezetter vormde, was tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog weinig over. Terwijl de strijd nog niet eens volledig was gestreden, tekenden zich de oude politieke tegenstellingen alweer af.

Tussen gereformeerden en socialisten, tussen socialisten en communisten en tussen communisten onderling, maar ook tussen foute en half-foute Nederlanders en oprechte verzetsstrijders, tussen avonturiers en idealisten.

In de aanloop naar het naoorlogse Nederland ontsponnen zich intriges en werden de eerste piketpalen alweer geslagen. Werd bepaald wie wel en wie geen rol van betekenis kon spelen.

In ‘De Spinvlieg’ vertelt Hugo Wapperom het verhaal van zijn vader Piet, een Haagse communist die alhier leiding geeft aan de plaatselijke sabotagegroep De Vonk. Als Piet in februari 1943 door toedoen van de beruchte Haagse V-man Anton van der Waals te Utrecht door de Gestapo wordt gearresteerd, heeft hij een afsprakenlijstje op zak met allerlei kopstukken uit het verzet, van Koos Vorrink tot Gerrit Kastein en Gerben Wagenaar. Met Wapperom als lokvogel (ook zijn vrouw Kitty zit gevangen) wordt de een na de ander in de weken daarna opgepakt. Sommige illegalen ontkomen ternauwernood, maar het merendeel wacht de dood voor het vuurpeloton op de Waalsdorpervlakte.

Terzijde: de infiltrant Van der Waals is zover kunnen komen dankzij zijn relatie met Kastein. Piet Wapperom overleeft opmerkelijk genoeg zelf in vrijheid de oorlog, maar wat hem bij de bevrijding wacht is niet gering. Zijn rol bij het aanpakken van de verzetsgroep wordt in twijfel getrokken en verdacht van heulen met de Duitsers brengt hij vanaf maart 1946 een eindeloze periode van voorarrest door in kamp Duindorp (Scheveningen) en Fort Ellewoutsdijk (Zeeland) te midden van gevangen NSB’ers en SS’ers. Ondanks het feit dat verzetshelden als Henk van Randwijk en Koos Vorrink voor hem in de bres springen, wordt Piet Wapperom aanvankelijk veroordeeld tot drie jaar. (…) Later wil hij niets meer met politiek van doen hebben. Alles wat hij in die zin nog onderneemt, is zo nu en dan een affiche van Amnesty International voor zijn raam hangen. Hij sterft reeds op 54-jarige leeftijd.

Brieven

Zoon Hugo, eind 1944 geboren, kreeg jaren geleden van zijn oudere broer Petja een kistje met dagboekaantekeningen en brieven uit het strafkamp naar huis alsook brieven van zijn moeder Kitty aan zijn gedetineerde vader. Petja, die na de oorlog door leeftijdgenoten voor NSB’er was uitgemaakt, had er nooit naar willen kijken. Het familietrauma van de oorlog en de jaren die daarop volgden, breekt dan in alle hevigheid voor Hugo los. Wat is de rol geweest van Piet Wapperom? Waarom werd zijn vader als enige verzetsstrijder na een half jaar vrijgelaten? Had hij zijn maten verraden? Of was er inderdaad sprake van een bijzondere chemie tussen hem en de Duitse Hauptkommissar Johannes Munt, waardoor Wapperom uiteindelijk naar zijn gezin terug kon? En welk vuil spel speelden communisten, halve en hele collaborerende politiemensen en ambtenaren na de oorlog om hun eigen straatje schoon te vegen ten koste van deze verfoeide Piet Wapperom? Klinisch psycholoog Hugo Wapperom dook jaren achtereen in de archieven, groef zich door menige beerput om uiteindelijk het verhaal van zijn besmeurde vader in romanvorm te vertellen. Hoewel roman?

De romanwerkelijkheid en de ‘feitelijke’ werkelijkheid vallen wel heel veel samen. Je zou nog eerder van een historische roman kunnen spreken. Maar in deze aanpak kon de auteur makkelijker zijn eigen kleuring, zijn eigen interpretatie geven. Dat doet hij op intrigerende wijze. Hoewel vader Piet Wapperom de hoofdpersoon in het verhaal is, is hij niet meer dan een vlieg die gevangen raakt in een enorm web. Hugo Wapperom schetst vooral een beeld van elkaar bestrijdende groepen binnen een veranderende samenleving. Een vooroorlogse periode waarin politie- en inlichtingendiensten infiltreren in linkse kringen, waarna ambtenaren en politiemensen dat werk net zo makkelijk onder Duits gezag voortzetten om vervolgens na de bevrijding weer in dienst te treden van het nieuwe gezag. En dat alles onder de weinig democratische koningin Wilhelmina en haar dubieuze schoonzoon Bernard. Hugo Wapperom vervlecht de strijd om eerherstel van zijn vader met de machinaties die het mogelijk maken dat omstreden figuren als Louis Einthoven en Johan Gottlieb Crabbendam het voor het zeggen krijgen bij het na-oorlogse Bureau Nationale Veiligheid.

Scheidslijn

Deze aanpak maakt het verhaal Wapperom er niet gemakkelijk op. De toch al fragmentarische en niet-chronologische verhaallijn wordt voortdurend onderbroken door intermezzo’s die de gebeurtenissen in Den Haag in een bredere context moeten plaatsen. Maar eenmaal gewend aan deze schrijfstijl doemt een fascinerende wereld op waar niets meer is wat het lijkt. Waar de scheidslijn tussen goed en fout vervaagt en waar vrienden veranderen in vijanden en andersom. Hugo Wapperom heeft niet echt een pleitnota voor de onschuld van zijn vader geschreven. Misschien had hij dat wel graag gewild, maar iedereen uit die tijd is dood en het ontbreekt aan stukken die absolute uitkomst bieden. Daarom kon in de biografie die vorig jaar van verzetsman Gerrit Kastein verscheen de omstreden positie van Piet Wapperom weer worden opgerakeld. Wat de auteur vooral doet, is de positie van de goedwillende eenling plaatsen in een omgeving van macht, intrige, bedrog en verraad. Dat complexe weefsel is minstens zo sterk aanwezig in de jaren na de bevrijding als onder het Duitse juk. In de oorlog was er in elk geval nog een soort duidelijkheid van wie goed was en wie fout. Na de bevrijding blijken er tussen zwart en wit niet alleen talloze grijstinten te zitten, maar heeft wit soms een zwarte zijde en andersom.

Het is bizar om te lezen hoe Anton van der Waals, verantwoordelijk voor talloze arrestaties en dus executies van verzetsmensen, zich na de bevrijding lange tijd weet te handhaven dankzij zijn kennis van zaken, zelfs verwarring weet te zaaien dat hij een dubbelspion zou zijn voor de Engelsen, alvorens hij in januari 1950 wordt gefusilleerd.

Hoe foute politiemensen als Jan Hendrik Schoo, Johannes Veefkind en Piet van Soolingen – beschermd door hoge vrienden – de dans ontspringen en hoe de wanhopig voor rehabilitatie vechtende Piet Wapperom tijdens zijn detentie regelmatig oog in oog staat met zijn vroegere beul Otto Lange, indringende gesprekken voert met de filosofische Hauptkommissar Munt en samen met oorlogsmisdadiger Willy Lages in het kerkkoor stichtelijke liederen zingt.

Cor Gout over ‘Beangstigende Begeerte’

Het begin van deze roman over de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog biedt de lezer ruimte. Ruimte voor overpeinzingen van de hoodpersonen van deze roman: Ebbe Schwarze, voorheen historicus, nu spion in dienst van SS Obergruppenführer Martin Bormann, bijgenaamd ‘De Nek’, en Hannah Berghmann, voorheen medewerkster aan het Instituut voor Nationale en Sociale Geschiedenis in Berlijn, inmiddels via Max Ilgner, mededirecteur van IG Farben, als spionne bij deze ‘chemiereus’ aangesteld, met als taakomschrijving ‘economische inlichtingen’. De twee kennen elkaar van de middelbare school in Berlijn, vormen een paar, twee geloven op een kussen met de duivel daartussen, en hopen dat de tijd zo’n gunstige wending zal nemen dat het verantwoord is een kind op de wereld te zetten.

Ebbe denkt na over Berlijn, de Russen in Berlijn en Hannah. Hannah denkt na over hun toekomst: zal een mogelijke vlucht of ontsnapping uit Duitsland, wanneer dat land verslagen is, en dat zal gebeuren, nodig zijn? Mogelijk zijn? Wat zal het gesprek dat ze zal hebben met Wilhelm Canaris, de baas van ‘Abwehr’, het spionnagenetwerk van de Wehrmacht, opleveren? Een man over wie gefluisterd wordt dat hij betrokken was bij de aanslag op Hitler op 20 juli 1944? En hoe om te gaan met Ebbes afkeer van haar katholicisme, dat ze nooit zal afzweren?

Beiden denken na over hun opdrachten: de ontrafeling van het complot achter de aanslag van de Führer, en onderzoek naar de invloed van Allen Dulles, de rechterhand van Franklin Roosevelt, binnen de top van nazi-Duitsland, met daaraan gekoppeld de vraag: wat willen de Amerikanen? De nazi’s platleggen of Europa platleggen? Verder is het hun niet volledig duidelijk wat de aan hen gegeven opdracht behelst om per spoor van Frankfurt naar Berlijn te reizen in een trein volgestouwd met dozen die explosief materiaal bevatten (explosief in letterlijke of overdrachtelijke zin?).

Eenmaal op weg denken ze na over een gesprek in de trein met de Hauptstürmfüher (zijn naam wordt niet gemoemd. Otto Günsche?), die hun de meedogenloze werkelijkheid van de concentratiekampen openbaart, in al zijn details.

Tot zover de ruimte. Het tweede deel van het boek is dicht, gesloten. Ebbe en Hannah praten met elkaar en met anderen over personen, rangen en standen in en rond de nazi-top, hun aandeel in de oorlog, het dubbele spel dat sommigen van hen spelen, de belangen die Amerika en enkele Europese landen in nazi-Duitsland hebben.

We noemden al Ilgner, Dulles, Canaris en Bormann. Andere gesprekssubjecten zijn Herman Schmitz (bestuursvoorzitter van IG Farben dat het gif Zyklon B produceerde dat de nazi’s gebruikten om op grote schaal Joden en politieke tegenstanders te vermoorden), de prins zur Lippe Biesterfeld (SS, IG Farben), Prescott Bush van de UBC Bank, die handel overzee, onder meer met nazi-Duitsland drijft, de Nederlander Fentener van Vlissingen, commissaris bij de Duitse Vereniging van Stahlwerke en Fritz en Heinrich Thyssen, eignaars van het grootste staal- en kolenbedrijf in Duitsland en van diverse banken.

Een en ander loopt uit in een conversatiestuk waarin verleden, heden en toekomst (wie zal de topnazi’s na de oorlog naar Argentinië helpen? ‘De edelman’ Zur Lippe Biesterfeld misschien, met vliegtuigen van Fokker?) meedenderen met de snelheid en het rumoer van de trein. Het roman-aspect maakt plaats voor een geschiedenisles, waarbij je als leerling, als lezer de oren moet spitsen. Alles grijpt in elkaar, bij iedere agenda hoort een andere, achter iedere functie staat een vraagteken. Zeker ook achter de functie van de Duitse Nederlander Bernhard zur Lippe Biesterfeld en de AKU-man (energie uit kolen) Fentener van Vlissingen. Het lijkt erop of Wapperom aan het eind van het boek niet in Berlijn, maar in Nederland is aangekomen.

Ondanks de heen en weer slingerend romantrein een leerzaam en vooral ook openbarend boek. Een boek dat geschreven moest worden.

Cor Gout

Jan Bontje over ‘Beangstigende begeerte – een poging tot recensie

Een Puinhoop

Een puinhoop inderdaad, waarin zich deze roman afspeelt: het naderende einde van de Tweede Wereldoorlog, de onafwendbare nederlaag van nazi-Duitsland. De roman speelt zich af op verschillende plaatsen in het ineenstortende nazi-Duitsland, en eindigt net ná die oorlog, in Nederland, waar Koningin Wilhelmina bang is dat de verzetsstrijders te veel invloed krijgen en de democratie eigenlijk niet wil herstellen.
Hoewel het hele boek zich hoofdzakelijk in het Großgermanisches Reich afspeelt, is dat niet in de fysieke puinhopen van ruim een decennium naziwaanzin, maar in de hoofden van de 2 hoofdpersonen: Hannah en Ebbe, en de bijna-hoofdpersoon Max, die weliswaar zijn meegesleurd in de nazistische maalstroom, maar bij wie de twijfel allengs steeds heviger zichtbaar wordt.

Uitdrukkelijk wordt de verwevenheid en collaboratie van het Amerikaanse en Nederlandse grootkapitaal met het Duitse blootgelegd: Ford maakte voertuigen waaronder tanks voor de Wehrmacht en ook Philips werkte gewillig samen met de nazi’s… De Amerikaanse spionagediensten verleenden hand- en spandiensten aan hun Duitse concullega’s. Allen Dulles, hoofd van de voorloper van de CIA, stond in nauw contact met IG-Farben, de producent van het joden verdelgende gas. De duistere praktijken van SS-Prins Bernhard die voor de oorlog voor IG-Farben spioneerde en tijdens de oorlog nauw contact hield met broer Aschwin en moeder Armgard in het duizendjarige Reich, worden in het schelle licht gehouden. Een flink aantal andere sleutelfiguren aan zowel Duitse als geallieerde kant komt eveneens aan bod.

De titel van het boek is raak gekozen. Het is inderdaad een angstaanjagende begeerte naar macht die de misdaden van het Dritte Reich mogelijk maakte, maar ook begeerte naar liefde kan de vreselijkste wandaden voorzaken.

Jammer dat de schrijfstijl van de auteur enigszins stroef is, maar het boek boeit van de eerste tot de laatste bladzijde – vooral door de bijzondere invalshoek, waardoor de lezer een helder zicht krijgt op de denkbeelden en mechanismen die aan het nazisme ten grondslag lagen en zo het begerige partnerschap ook van grootindustriëlen bewerkstelligde.

Jan woordenaar Bontje, 13 maart 2021

Bespreking

De BEANGSTIGENDE BEGEERTE gaat over de bredere achtergrond van de Tweede Wereldoorlog. Het boek ademt een chaotische sfeer, net als die periode destijds. Er blijft steeds veel te raden over. Een verklaring van de titel vind ik op pag. 331: ‘’Over mensen die zich deels om ons heen bewegen heb ik het nu, zij die gedreven worden door hun eigen begeerte, van welke aard dan ook. Maar bijvoorbeeld ook dat in die zin de moraal niet bestaat.’ Mooie uitspraak op pag. 245: ‘Intelligentie is een samenraapsel van vele vaardigheden die we ons eigen maken in de loop van onze ontwikkeling.’

We bevinden ons met de fictieve hoofdpersonen Ebbe Schwarz en Hannah Berghmann afwisselend grotendeels in Frankfurt en Berlijn. Het verhaal begint kort na Dolle Dinsdag, eind 1944, de Russen naderen Berlijn. De laatste hoofdstukken spelen zich af in o.a. Bern en Eindhoven. Hugo doet lang over het schrijven van zijn boeken en vooral het uitzoeken van de materie. Het wemelt weer van de complottheorieën. En hoe grote geldmagnaten feitelijk achter de (organisatie van de) oorlog zaten. Ook prins Bernhard komt er weer niet best vanaf, met choquerende details.

Het boek is merendeels in de dialoogvorm geschreven, soms in de ik-vorm. De hoofdpersonen delen hun gedachten met elkaar. Hugo heeft in dit boek voor een merkwaardig taalgebruik gekozen, met o.a. zeer ongebruikelijke woordvolgordes. De dialogen zijn niet in normale spreektaal. Dit werkt enigszins vervreemdend, wat ongetwijfeld de bedoeling is. De details van de achterliggende feiten ramt Hugo er behoorlijk in, door ze geregeld te herhalen. Dat helpt wel om de rode draden vast te houden.

De hoofdpersonen zijn beiden een soort spionnen, blijken elkaar uit hun schooltijd te kennen en zijn nu voor een gelijksoortige taak gesteld, in opdracht van o.a. Martin Borrmann (hier de Nek genoemd) en Max Ilgner, baas van IG Farben (hier de Chemiereus geheten). Het gaat vooral om het bestuderen en veiligstellen van belangrijke documenten. Er ontstaat een heftige liefdesrelatie tussen de twee hoofdpersonen. Meer en meer houden zij zich bezig met elkaar en het zoeken van een persoonlijke overlevingsstrategie.

Op de site van de uitgeverij vond ik een zin over het boek die van Hugo afkomstig moet zijn, hem kennende: ‘Wie weet helpen we de huidige wereld een beetje de goede kant op, alleen al door na te denken over de laatste oorlog, dus mede over de wereld.’
Achterin het boek staat een beperkte lijst met uitleg van de historische personen die in het boek voorkomen.

Minka Kaszó over ‘Beangstigende Begeerte’

De BEANGSTIGENDE BEGEERTE gaat over de bredere achtergrond van de Tweede Wereldoorlog. Het boek ademt een chaotische sfeer, net als die periode destijds. Er blijft steeds veel te raden over. Een verklaring van de titel vind ik op pag. 331: ‘’Over mensen die zich deels om ons heen bewegen heb ik het nu, zij die gedreven worden door hun eigen begeerte, van welke aard dan ook. Maar bijvoorbeeld ook dat in die zin de moraal niet bestaat.’ Mooie uitspraak op pag. 245: ‘Intelligentie is een samenraapsel van vele vaardigheden die we ons eigen maken in de loop van onze ontwikkeling.’

We bevinden ons met de fictieve hoofdpersonen Ebbe Schwarz en Hannah Berghmann afwisselend grotendeels in Frankfurt en Berlijn. Het verhaal begint kort na Dolle Dinsdag, eind 1944, de Russen naderen Berlijn. De laatste hoofdstukken spelen zich af in o.a. Bern en Eindhoven. Hugo doet lang over het schrijven van zijn boeken en vooral het uitzoeken van de materie. Het wemelt weer van de complottheorieën. En hoe grote geldmagnaten feitelijk achter de (organisatie van de) oorlog zaten. Ook prins Bernhard komt er weer niet best vanaf, met choquerende details.

Het boek is merendeels in de dialoogvorm geschreven, soms in de ik-vorm. De hoofdpersonen delen hun gedachten met elkaar. Hugo heeft in dit boek voor een merkwaardig taalgebruik gekozen, met o.a. zeer ongebruikelijke woordvolgordes. De dialogen zijn niet in normale spreektaal. Dit werkt enigszins vervreemdend, wat ongetwijfeld de bedoeling is. De details van de achterliggende feiten ramt Hugo er behoorlijk in, door ze geregeld te herhalen. Dat helpt wel om de rode draden vast te houden.

De hoofdpersonen zijn beiden een soort spionnen, blijken elkaar uit hun schooltijd te kennen en zijn nu voor een gelijksoortige taak gesteld, in opdracht van o.a. Martin Borrmann (hier de Nek genoemd) en Max Ilgner, baas van IG Farben (hier de Chemiereus geheten). Het gaat vooral om het bestuderen en veiligstellen van belangrijke documenten. Er ontstaat een heftige liefdesrelatie tussen de twee hoofdpersonen. Meer en meer houden zij zich bezig met elkaar en het zoeken van een persoonlijke overlevingsstrategie.

Op de site van de uitgeverij vond ik een zin over het boek die van Hugo afkomstig moet zijn, hem kennende: ‘Wie weet helpen we de huidige wereld een beetje de goede kant op, alleen al door na te denken over de laatste oorlog, dus mede over de wereld.’

Achterin het boek staat een beperkte lijst met uitleg van de historische personen die in het boek voorkomen.